Ervaring decentrale selectie geneeskunde VU 2013

Door: Noor
Decentrale Selectie Geneeskunde VU – VUMC 2013

Ik ben Noor, ben momenteel student geneeskunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ik heb in 2013 meegedaan aan de decentrale selectie van de VU voor geneeskunde. Mijn CV was goed gevuld en dat gaf mij een grote kans op decentraal geselecteerd te worden dan centraal. Ik had het gevoel, door het lezen op internet en het spreken van studenten, dat de decentrale selectie van de VU het gunstigste was voor mij. Er zouden in mijn jaar 350 studenten toegelaten worden, waarvan er 210 decentraal geplaatst zouden worden. In de tweede ronde van de selectie waren er nog 250 studenten, dus er zouden toen maar 40 afvallen op basis van hun toets resultaten.

Tijdens de selectiedagen kwam ik erachter dat de toetsen identiek zijn aan de toetsen van de Erasmus Universiteit Rotterdam, het stond er namelijk onder. Alleen de eerste ronde is denk ik verschillend.

De decentrale selectie van de VU bestond uit twee rondes. Ronde een was een selectie op basis van ingevulde formulieren over je CV, prestaties en motivatie. Rond twee bestond uit drie dagen waarop je toetsen maakte die uiteindelijk zouden bepalen of je ingeloot was of niet.

Ronde 1

Je kreeg een pakket thuis gestuurd met allerlei formulieren die je zo compleet mogelijk weer terug moest zenden voor de deadline. Er waren verschillende onderdelen van dat pakket. Het eerste onderdeel ging over jezelf: je naam, geboortedatum, school, etc. Het volgende onderdeel vroeg naar je eindcijfers van het vijfde jaar, het gemiddelde daarvan en het gemiddelde van scheikunde, biologie, wiskunde en natuurkunde. Onderdeel Ervaring in de gezondheidszorg vroeg dus of je bijvoorbeeld een stage hebt gelopen in een ziekenhuis. Bestuurlijke en/of organisatorische ervaring ging over of je in een bestuur zoals de leerlingenraad of schoolkrant hebt gezeten en hoe lang en hoe intensief. Bij Bijzondere prestaties kan je dingen zoals Nederlands kampioen zwemmen vermelden. Onderdeel Andere relevante prestaties was er ook, dus of je tweetalig onderwijs hebt gevolgd, of dat mee hebt gedaan aan een project gerelateerd aan geneeskunde (profielwerkstukken tellen nergens mee.) Het laatste onderdeel was een toelichting die jij zelf moest geven over jouw motivaties voor de studie geneeskunde en de VU.

Do’s

Bij alles wat je schrijft moet je bewijs hebben. Dus als jij schrijft dat je in de sportcommissie van je school hebt gezeten, dan moet je een aanbevelingsbrief van de commissie begeleider sturen (een docent), met een handtekening en een stempel van de school. Dit geldt ook voor je rapport en bijzondere prestaties.

Doe het netjes en zorgvuldig, dat ziet er verzorgd uit en zegt veel over jouw persoonlijkheid. Schrijf bijvoorbeeld netjes en recht, wees compleet, en kras niet te veel.

Begin er ruim van te voren aan, vooral het verzamelen van aanbevelingsbrieven kost tijd. Hoe eerder je het opstuurt, hoe eerder je van de tijdsdruk af bent.

Do not’s

Ik had een vriendin die zich ook had ingeschreven voor de decentrale selectie, maar die zelf nog niet echt doorheeft dat de studie niks voor haar is en dat ze het zelf ook eigenlijk niet wil. Zij had dan ook veel meer moeite met de formulieren dan ik. Ze vond het bijvoorbeeld moeilijk om de motivatiebrief te schrijven omdat ze niet precies wist waarom ze het wilde studeren. Ook had ze minder op haar CV staan en begon ze zoveel mogelijk op te schrijven op de formulieren. Bij ervaring in de gezondheidszorg schreef ze bijvoorbeeld ‘oppassen op mijn buurmeisje van 6’. Dit raad ik iedereen echter af omdat het ten eerste geen ervaring in de gezondheidszorg is, het je gebrek aan professionaliteit laat zien (je beschouwt immers oppassen als gezondheidszorg) en weinig aan de verbeelding over laat voor de selecteur. Probeer niet te veel op te schrijven, want hoe verder het van het onderwerp af staat (gezondheidszorg-oppassen), hoe meer het eruit ziet alsof je niks op je CV hebt staan.

Ronde 2

Je kreeg na de eerste ronde te horen via de e-mail of je door ging naar de volgende ronde of niet. Als je door was, kreeg je in de mail allerlei bestanden. Deze betroffen informatie over de drie dagen die je naar de universiteit moest komen, leerstof en programma. Je mag allerlei boeken bij je hebben, ook tijdens de toetsen. Neem er dus gewoon zo veel mogelijk mee, je weet maar nooit welke je nodig hebt.

De eerste dag bestond uit het volgen van een paar colleges over het onderwerp van de decentrale selectie. In mijn jaar was dat het Fragiele X syndroom. Tijdens de college moet je zoveel mogelijk opschrijven en onthouden, want op de laatste dag van de ronde kreeg je daar een toets over. Na dag 1 heb ik dan ook al mijn aantekeningen uitgewerkt en samengevat omdat het nog vers in mijn hoofd zat.

Dag 2 begon met een rekentoets, gedeeltelijk meerkeuze. Het ging over een jongen met het fragiele X syndroom: hoeveel medicijnen moet hij hebben, hoeveel ml is deze pil als het verdund wordt in een oplossing van zoveel cl, na hoeveel uur is het medicijn uitgewerkt, etc. Het is bij deze toets van belang dat je zorgvuldig leest, en zorgvuldig telt. Een tel- of leesfout is snel gemaakt, en omdat andere vragen van het antwoord afhangen, weegt een fout snel zwaarder. De volgende toets van een logisch redeneren toets, meerkeuze. Hierin moest je een tekst lezen en vervolgens aangeven of de stelling wel of niet genoemd was in de tekst. Het is dus van belang dat je wederom zorgvuldig leest, maar ook dat je zo neutraal mogelijk leest. Oordeel niet en concludeer niet. Als het er niet staat, is het niet goed. Het is soms een twijfelgeval als de gegeven stelling bijna letterlijk in de tekst staat, maar dat bijvoorbeeld de eenheid niet overeenkomt. Lees vooral goed! De laatste toets van de dag was een anatomie toets met vragen zoals: hoe heet het bot aangeduid op de afbeelding, stroomt het bloed in de volgorde van 1, 3, 2 of in de volgorde 2, 1, 3? Deze toets is niet ingewikkeld, en zeker met jouw naslagwerk kan je gewoon logisch nadenken hoe het bloed stroomt. Let op, er wordt soms gevraagd naar een wetenschappelijke term. Zorg dus dat je een boek bij je draagt met de Latijnse namen van lichaamsdelen.

Dag 3 begon met de lange toets Wetenschappelijk artikel interpreteren. Je kreeg 6 artikelen of beter gezegd, verslagen van wetenschappelijk onderzoek naar het fragiele X syndroom. Van elk artikel moest je op het blad aangeven of er onderzoek werd gedaan naar een bepaald kenmerk van de ziekte, en hoe vaak het kenmerk dan voorkwam in de testgroep van het onderzoek. Dus: ja, het kenmerk grote oren is onderzocht en het kwam vaker dan 50% voor in de testgroep. Het waren 10 kenmerken en 6 artikelen. Het duurde vreselijk lang en het was naar mijn mening, hersenloos opzoeken. Scan de tekst naar kenmerk, en schrijf op wat voor info je er over vind. Niks ingewikkelds aan, geen interpreteren, maar meer snel kunnen lezen, samenvatten en analyseren. Op het eind moest je al je verzamelde gegevens tellen en aangeven naar welk kenmerk er het meest onderzoek naar was gedaan, en of je dat kenmerk kan gebruiken in de diagnose of niet (omdat het meer dan 50% voorkwam). Maak voor deze vraag een tabel met de gegevens uit je blad, het beste is om deze tabel te vullen terwijl je de vragen maakte. Anders was je eigenlijk bezig de hele toets twee keer te maken. De leerstof die je had gekregen en de aantekeningen van de colleges zijn belangrijker bij deze toets dan je denkt. De informatie die hierin staat kan namelijk de toets versnellen en je aanpak vergemakkelijken. Leer dus vooral je huiswerk, en wacht niet tot het laatste moment zoals ik om me heen heb gezien. Ik had namelijk echt een significant voordeel.

De laatste toets was de toets over het college. Veel van deze vragen zijn letterlijke vragen. Dus als je alles wat gezegd is hebt opgeschreven heb je vaak letterlijk het antwoord in je schrift staan. Sla geen details over tijdens het noteren. Niet alleen je collegekennis wordt bevraagd, maar ook je van te voren gegeven leerstof. Dit was van te voren niet al te duidelijk, dus voor sommigen een verrassing. Omdat ik mijn huiswerk wel had gedaan, was dat voor mij geen probleem en wist ik snel te vinden waar het antwoord stond. Er waren vragen over de chromosomen van het zebravisje: a) 25 chromosomen paren, geen geslachtschromosomen en … b) 24 chromosomen paren, geslachtschromosomen en …, c) etc. Zeer gedetailleerd dus!

Do’s

Een handige manier om je leerstof je organiseren is om het allemaal te lezen en belangrijke stukken te markeren. Vervolgens raad ik aan (ik weet het, het is misschien wat veel werk), alle gemarkeerde stukken te samenvatten. Op deze manier kan je snel vinden wat je zoekt, en heb je soms antwoorden al in je samenvatting.

Leer je huiswerk voordat je aan de colleges begint. Ze praten hier over onderwerpen en termen die uitgelegd en besproken worden in je leerstof. Als je dit al begrijpt snap je de colleges sneller en kan je beter meeschrijven.

Mijn leerstof was dit jaar in het Engels, wat ik toch moeilijke teksten vond hoewel ik tweetalig onderwijs heb gevolgd en mijn Engels op hoog niveau is. De woorden zijn soms zeer moeilijk, en daarom is het handig een Engelse vertaling en een Nederlandse ervan op te zoeken. De Nederlandse vertaling is handig voor tijdens de Nederlandse colleges.

Don’t do’s

Maak gedurende de hele tweede ronde nergens keuzes in wat betreft je informatie. Laat geen relevante boeken thuis liggen omdat je denkt dat je die vast niet nodig hebt. Schrijf alles op en laat niks links liggen omdat je denkt dat het niet belangrijk, relevant of te gedetailleerd is. Beter te veel informatie dan te weinig. Als je toch een boek te kort komt, kan je vragen of je het boek van je buurman mag lenen. Ik had bijvoorbeeld geen boek met wetenschappelijke termen er in, maar mocht het boek lenen van degene naast me die wel een anatomie atlas had. (Een anatomie atlas heb je later ook nodig voor je boekenlijst, dus kan geen kwaad het alvast te kopen)

De uitslag

Rond de aangegeven datum krijg je een brief met daarin je uitslag. Het eerste papier is een tekstje waar in een lange zin officieel wordt gemeld dat je geselecteerd bent of niet. Sla in je nieuwsgierigheid gewoon dit vel over, en kijk op het tweede blad. Hierop staat vermeld wat je cijfers per toets waren, het gemiddelde van die toetsen en je rangnummer. Aan de hand van je rangnummer kan je zien of je binnen bent of niet. Ik was nummer 61, dus hoog als je bedenkt dat er 210 mensen geselecteerd werden. Twee vrienden van mij die op school hogere cijfers haalden, waren pas ergens in de honderd te vinden. Wees dus niet onzeker omdat je op school lagere cijfers haalt, want in die selectie draait het allemaal om je motivatie. Zonder motivatie ben je namelijk minder bereid alles te doen voor je toelating, en dat is juist een goede kwaliteit voor een afvalrace als deze. Ik hoop dat ik alle decentrale selectie kandidaten hiermee goed op weg help, want het hielp mij ook toen ik informatie zocht. Als je bereid bent deze ervaringen op te zoeken, zegt dat al veel over je motivatie.

1
Heb je nog vragen over de selectie? Stel deze dan op het forum!